Start project Heemkundekring Land van Ravenstein

 
Heemkundekring Land van Ravenstein krijgt in 2003 de beschikking over het laatste stukje industriële geschiedenis binnen de grachten nl. de voormalige leerlooierij met stadstuin. Zij huren het van de voormalige gemeente Ravenstein en later van Oss. De siertuin en boomgaard zijn in de loop der jaren veranderd in een jungle. Het huisje is nog in redelijk originele staat, maar dringend aan restauratie toe. Het staat er vol met rommel, ook in de tuin. De Heemkundekring wil het huisje en de tuin zelf opgaan knappen en er een publieke functie aan geven: een leerlooierijmuseum en een heemtuin. Met de hulp van vrijwilligers moet het te doen zijn. Bouwhistoricus Frank Haans voert een inspectie uit naar de staat van het houtwerk en inventariseert wat er nog aan originele onderdelen in het huisje aanwezig zijn. Ook worden de oorspronkelijke kleuren vastgesteld. Dit resulteert in een lijvig rapport, waarmee de Heemkundekring aan de slag kan. Het eerste wat moet gebeuren is puinruimen. Op een mooie dag in april steekt een groep vrijwilligers de handen uit de mouwen en verzamelt een grote berg troep uit het huisje en de tuin.In november 2003 wordt door een gespecialiseerd bedrijf het asbest van de gevel verwijderd en worden de ventilatieluiken op de 1e verdieping weer buiten zichtbaar. Er wordt een tuingroep samengesteld die voortvarend gaat inventariseren wat er zoal in de tuin staat. Er staan bijzondere appel- en perenrassen in de tuin zoals: manx, zigeunerin enz. Ook is nog vaag een patroon van buxusperkjes te onderscheiden. Na veel overleg wordt een ontwerp gemaakt op basis van de situatie zoals die ongeveer was aan het begin van de 20e eeuw. Samen met Landschapsbeheer Oss wordt er keihard gewerkt in de tuin. De buxus wordt gerooid en ingekuild om later weer te gebruiken bij de aanleg van de nieuwe tuin. Het project wordt in 2004 ondergebracht in de Stichting Leerlooierij Suermondt.

Restauratie laat op zich wachten

Het is dat jaar een warm voorjaar. De omheining die de gemeente geplaatst heeft om de plaatselijke jeugd buiten te houden, houdt ook de tuingroep buiten. Zij moesten met lede ogen aanzien dat de buxus verdroogde en het onkruid weer manshoog opschoot. Inmiddels is het voor de Heemkundekring duidelijk dat de plannen moeten worden bijgesteld. De financiële risico’s zijn te groot: er moet een stevig hek komen en een bodemsanering uitgevoerd. Daarnaast wordt geen financiering verstrekt voor de restauratie voor een pand dat je niet in eigendom hebt. Bovendien is het pand een gemeentemonument. Dit betekent, dat er aan de restauratie een aantal eisen gesteld wordt die het extra duur maken. Het opknappen met hulp van vrijwilligers is niet toegestaan. Het moet door een aannemer worden gedaan die gespecialiseerd is in restauratie van monumenten. De plannen worden opgeborgen en de huur wordt eind 2005 opgezegd. Wethouder Boerboom van de gemeente Oss gaat op zoek naar geld en een andere gebruiker voor het pand.

Archeologische vondsten

De bodemsanering is dan, in het voorjaar van 2005, al uitgevoerd. Onderzoek had aangetoond dat hier en daar lood in de grond zit en tijdens de werkzaamheden stuit men ook nog op chroom. De hele tuin wordt op 80 cm diep afgegraven en direct rond het huisje nog wat dieper. De archeologische werkgroep doet de archeologische begeleiding en vindt onverwacht enkele afvalkuilen op het terrein met aardewerk, glas, metaal, botmateriaal en pijpenkopjes. De vondsten dateren vanaf ongeveer 1700; een zogenaamde 2e depositie. Het afval was daarvoor al elders gedumpt geweest. De oude fruitbomen worden tijdens de sanering met een grote kluit ontzien en met plastic gescheiden van de nieuw opgebrachte schone grond. Waar de borders komen is tussen de oude en nieuwe grond een laag wit zand aangebracht.

Er komt geld beschikbaar

Voorjaar 2006 zijn er gemeenteraadsverkiezingen en wethouder Boerboom maakt plaats voor wethouder Hoeksema. Hij ziet kans om bij de gemeenteraad voldoende geld los te peuteren voor de restauratie en komt weer terug bij de Heemkundekring als huurder. Ondertussen staat het huisje flink te verloederen en is het na vernielingen helemaal ingepakt. De tuin verandert weer langzaam in een jungle en de fruitbomen takelen steeds verder af. Kortom er is weer veel werk te verrichten.

Start restauratie

In november 2007 kan dan eindelijk begonnen worden met de restauratie. Het startsein wordt gegeven door de wethouder, in aanwezigheid van twee nazaten van Ignaat Suermondt. Mevrouw L. Hendriks, de heer T. Suermondt en wethouder Hoeksema bevestigen een koker met informatie aan het gebouw. De restauratie verloopt vervolgens voorspoedig. Aannemer van Dinther uit Schaijk zet er flink vaart achter. Bijna het hele gebouwtje wordt afgebroken om het daarna weer op te bouwen. Al het nog goede oude hout wordt weer hergebruikt, hoewel dat niet veel is. Alle houten elementen worden nauwkeurig nagemaakt. Natuurlijk wordt het huisje ook aangepast aan de eisen van de moderne tijd. Er komt een toilet, meterkast, centrale verwarming en alarmsysteem. Het wordt dubbelwandig, zodat aan de binnenkant de ventilatieluiken boven niet meer te zien zijn en er komt een veiligere trap naar boven. In april 2008 wordt het huisje opgeleverd door de aannemer.

Inrichting van het museum

De Heemkundekring is inmiddels al geruime tijd bezig met het verzamelen van informatie en een collectie voor in het leermuseum. Door een gelukkig toeval is de eigenaar van het leermuseum in Cuijk -de heer Regouin- op zoek naar een andere locatie voor zijn gehele collectie. Alles moet een plaatsje gaan krijgen in en om het Ravensteinse leerlooierijhuisje.

De laatst overgebleven fruitbomen worden gerooid. Ze zijn op sterven na dood en worden met een grote kluit verwijderd.

Vertraging aanleg tuin

Eind 2008 wordt er nog gewerkt aan de inrichting van het museum. De plannen voor de tuin lopen nog wat vertraging op omdat de gemeente de hele omgeving achter gemeenschapshuis Vidi Reo bij de herinrichting wil betrekken. De afspraken met het leerlooierijmuseum in Cuijk zijn gemaakt. Naast de collectie uit het museum krijgen de grote machines uit het Tuigleerstraatje in Cuijk ook een plaatsje in de stadstuin in Ravenstein. Begin 2009 wordt er een begin gemaakt voor de plaatsing van de machines. Eerst moet er eerst een fundering gemaakt worden voor de consoles. Zodra de bekisting klaar is, wordt een betonwagen besteld en komen de vrijwilligers op een regenachtige dag in februari in actie om het beton te storten.

Transport machines uit Cuijk

Op 30 maart 2009 worden in Cuijk de grote machines met een mobiele kraan van hun plek getild en met een dieplader vanuit Cuijk naar Ravenstein getransporteerd. Het is een heel spektakel, waar veel toeschouwers op afkomen. Met een toren kraan worden de machines over de tuin van de buren getild en op de consoles geplaatst. Na een grondige schoonmaak en de nodige blikken verf staan de machines na enkele maanden hard werken te blinken in de tuin.

Wat wordt er met de tuin gedaan

In maart 2009 is ook een nieuwe tuingroep geformeerd met nieuwe ideeën; het moet een stadstuin worden, die er vanaf april tot oktober bloeiend en aantrekkelijk uitziet. Op 1 april start de aannemer met het aanleggen van de paden en perken.

.

.

Er wordt gras ingezaaid en de tuingroep plant nieuwe appel- en perenbomen, maar wel oude rassen. In de eerste week van juni worden de plantjes in de grond gezet. De spuitploeg heeft de eerste weken daarna uren nodig gehad om de planten tot leven te krijgen, maar het resultaat hiervan is duidelijk zichtbaar.

.

.

.

.

.

.

.

Opening

Op 17 juli is het dan zover. De opening van het leerlooierijhuisje en de stadstuin kunnen eindelijk plaatsvinden. Mevrouw L. Hendriks, een kleindochter van Ignaat Suermondt de oprichter van de leerlooierij, voert samen met wethouder Hoeksema de openingshandeling uit. Een plaquette gemetseld in de gevelsteen wordt onthuld. Een geschenk van aannemer van Dinther. Om de gedachte aan de voormalige looierijen in het land van Cuijk en Ravenstein levendig te houden, heeft het wiel van de hakselmachine uit Cuijk een nieuw opschrift gekregen: “herinneringen aan de looierijen in Ravenstein en Cuijk”. De onthulling werd verricht door de heer W. Regouin voormalig eigenaar van het museum in Cuijk. Iedereen was verrast toen de heer T. Suermondt, een kleinzoon van Ignaat Suermondt, een door beeldhouwer Luc Willems gemaakt beeld met de titel “De Leerlooier” onthulde. Het houtenbeeld is gehouwen uit een boomstam van een oude appelboom die bij de restauratie van de oude stadstuin is gerooid. Het heeft een mooie plek in het leerlooierijhuisje gekregen.

Verantwoording

Het project heeft dan zo’n 6 jaar geduurd. Het is financieel mogelijk gemaakt door Heemkundekring Land van Ravenstein, de gemeente Oss, de provincie Noord Brabant, het Prins Bernhard Cultuurfonds, de Dorpsraad Ravenstein, de familie Suermondt, mevr. L. Hendriks, de familie Regouin en vele andere sponsoren. Vele vrijwilligers hebben deze jaren hun steentje bijgedragen om dit project te laten slagen.